|
|
|
TREC (Techniques de Randonnée Equestre de Compétition) |
| Test de techniek van het
trektochten rijden: De technische voorbereiding, de conditietraining
en de dressuur. Het betreft een gecombineerde wedstrijd, waarbij de ruiter en paard alle moeilijkheden in het terrein dienen te overwinnen. De deelnemer moet alle benodigdheden voor een eendaagse rit, die deels in het donker zou kunnen plaatsvinden, met zich meevoeren. |
|
De TREC licentie |
| Bij het lidmaatschap
van TREC club Nederland zit ook een TREC licentie,
deze geldt voor Nederland en het buitenland. Hierdoor worden mensen gestimuleerd om ook eens over de grens te kijken. Velen zijn je voorgegaan en hebben hun ideale weekendvakantie gevonden! |
| Elk jaar worden er door de FITE kampioenschappen gehouden, waarbij de beste deelnemer en landenploeg de titel kampioen krijgt. Alle binnen de FITE georganiseerde TREC wedstrijden moeten voldoen aan de internationale reglementen. |
| FITE wedstrijden zijn: De Europa Cup (jaarlijkse competitie in
verschillende Europese landen), Europese Kampioenschappen (1 keer
per 4 jaar), Wereld Kampioenschappen (1 keer per 4 jaar). In 2011is op manege PCK-Eersel de eerste Europa Cup wedstrijd georganiseerd van Nederland. |
| Per land kunnen er wedstrijden van minder niveau georganiseerd worden en met aangepaste reglementen, om de drempel te verlagen. Ieder Europees land heeft hiervoor zijn eigen reglementen, die afgeleid zijn van de FITE Reglementen. |
| TOP |
|
De reglementen |
|
|
|
Het is mogelijk om het evenement op één dag, voor de
klasse T1 en T2, te organiseren of het uit te spreiden over twee
dagen, voor de klasse T1, T2, T3 en T4. De individuele onderdelen
mogen apart worden georganiseerd. Hoewel het Reglement grote nadruk op het individu legt, is er de mogelijkheid de sport te leren kennen met twee of drie personen, om de overgang flexibel te laten verlopen. Voor de T1 en T2 in equipe van 2 of 3 personen, in de T3 in equipe van maximaal 2 personen en in de T4 is men geheel op zichzelf aangewezen. Tevens bestaat er de zogenaamde combi klasse, waarin een onervaren kaartlezer samen met een gids of mentor rijdt. |
|
Ruiters worden geacht de reglementen te kennen en deze
onderschrijven. Ruiters moeten in het bezit zijn van een goede aansprakelijkheidsverzekering met voldoende dekking. (De verzekering die bij het ruiterbewijs aanwezig is, voorziet hierin niet en is dus niet voldoende). |
|
Jeugdruiters moeten
in het kalenderjaar waarin de wedstrijd plaatsvindt minimaal de
leeftijd van 12 jaar te bereiken om in equipe te mogen rijden met
iemand van minimaal 18 jaar oud. Jeugdruiters van 12 tot 14 jaar mogen starten in de klasse T1 of T2. Jeugdruiters van 14 tot 16 jaar mogen starten in de klasse T3. Jeugdruiters moeten op de dag dat de wedstrijd plaatsvindt minimaal de leeftijd van 16 jaar hebben bereikt om individueel te mogen rijden. Een jeugdruiter van 16 jaar en ouder mag ook in de T4 starten. De ouder / voogd moet hiervoor een verklaring ondertekenen. |
|
|
|
Het paard moet voorzien zijn van een geldig paardenpaspoort waarin
een overzicht is geregistreerd
van de aan het paard toegediende vaccinaties, inclusief de verplicht
gestelde vaccinaties tegen influenza.
Paarden moeten tenminste 5 jaar oud zijn voor de klasse T1 en T2, voor de klasse T3 en T4 moet het paard tenminste 6 jaar oud zijn. Paarden mogen in de klasse T1 en T2 maximaal 4 maanden dragend zijn en mogen niet zogend zijn. In de klasse T3 en T4 mogen paarden niet dragend en niet zogend zijn. |
| Alle wedstrijdonderdelen moeten met dezelfde uitrusting gereden worden, d.w.z. met een identieke optoming (met of zonder bit) en het zelfde zadel; De jury kan dit controleren door voor aanvang van de eerste proef het zadel en hoofdstel d.m.v. een loodje of ander identificatiemiddel te markeren. |
| Gedurende de POR moet men met dezelfde zadeltassen en bepakking blijven rijden. De verplichte bepakking wordt beschreven in bijlage II van het TREC club Nederland Reglement. Zadeltassen en bepakking hoeven in de MA en de PTV niet meegenomen te worden. |
| De optoming is vrij. Een hackamore is toegestaan. Touwhalsters zijn ook toegestaan, mits de dikte van het touw minimaal 12 mm is. Touwhalsters mogen nooit gebruikt worden voor het aanbinden van het paard/de pony. |
| Gebruik van vaste hulpteugels is niet toegestaan, m.u.v. de Thiedemann teugel (enkel in Nederland) dit omdat het een veiligere of betere situatie kan opleveren (bijvoorbeeld in het verkeer, open vlaktes, ruggebruik, etc.). |
| Bij het gebruik van een glijdende martingaal, waardoor geleiden van het paard niet mogelijk is, is een extra voorziening verplicht om het paard toch veilig te kunnen geleiden. |
| Sporen en zweep zijn toegestaan, mits correct gebruikt. |
| De uitrusting kan gedurende de hele wedstrijd gecontroleerd worden. |
| De hulpmiddelen die een ruiter nodig heeft voor het rijden van MA en of PTV, hoeven niet in de bepakking tijdens de POR meegenomen te worden, zoals een zweep en sporen. |
| Tijdens de gehele wedstrijd is het dragen van een goedgekeurde veiligheidshelm (conform EN1384) verplicht. Tijdens de POR, MA en de PTV mag het paard beenbescherming dragen en de ruiter een bodyprotector. Indien deze beschermende maatregelen niet in alle onderdelen gedragen worden is men niet verplicht deze in de bepakking bij zich te dragen. |
| TOP |
|
|