Traditionele Working Equitation reglementen staan op de pagina "Reglementen
 
Een droge stoffige warme dag….
Spaanse boeren drijven te paard hun runderen naar een ander stuk land.
Veel hindernissen staan in de weg, een poort moet open, het paard moet gammele bruggetjes over,
tussen bomen manoeuvreren, soms even snel een stier terug naar de kudde jagen
en op zijn tijd even stil staan voor een drankje.
Met een lange stok, de garrocha, worden te opdringerige stieren weggejaagd.
Een land verder, in Portugal, werken de boeren ook zo op het land.
Helemaal afhankelijk van hun paard, samenwerking is van levensbelang.
Ook op de Camargue drijven de veeboeren op hun kleine witte pony’s grote agressieve stieren
van de ene plaats naar de andere.
In Italië hetzelfde verhaal.
En op zondag wordt er niet gewerkt, dan tonen de boeren aan hun collega’s hoe geweldig hun paard wel niet is,
hoe snel, wendbaar, dapper en vooral heel gehoorzaam!
Zo is het jaren gegaan. Traditie van vader op zoon.
 
Iemand is toen op het idee gekomen om elkaar die tradities te tonen en er kwamen internationale wedstrijden.
Ook de Western en de Australische werkpaarden hebben zo hun traditie en droegen hun steentje bij tot de sport
die men de “Working Equitation”, genoemd heeft. (Afgekort W.E. Working = werk, Equitation= met paard)
Alle regels zijn op elkaar aangepast, zodat men tot één internationaal reglement is gekomen.
Ieder land heeft zijn eigen Nationaal reglement.
Rij je een keer in een ander land, dan kunnen de nationale regels wel afwijken van wat je gewend bent.
Want elk land heeft nog steeds haar eigen reglement.
Rij je in de hoogste klasse dan zijn de regels internationaal wel gelijk.
Na een aantal jaren kwamen er ook landen bij, die weleens waar geen eigen vee drijf traditie hadden,
maar die in hun eigen kleding en optoming zich wilde meten met de Zuid Europeanen.
Hierdoor is een hele veelzijdige en vooral erg spannende nieuwe paardensport ontstaan.
Vanwege het hoge cultuurgehalte valt de WE niet onder de FEI maar onder de FITE.
 
De traditionele WE is interessanter en laat nog zien hoe de WE ooit ontstaan is.
Steeds vaker zetten organisatoren de T voor de WE, om aan te geven dat zij de traditionele sport organiseren.
In Nederland is de KNHS aangesloten bij de FITE en diens wedstrijden zijn dus TWE.
We kennen in Nederland ook nog de WEH, Working Equitation Holland, die zijn aangesloten bij de WAWE
en zij hanteren de moderne regels. In de lagere klassen kent men daar geen speedtrail of runderwerk.
Ruiters zijn natuurlijk vrij om bij beide federaties te rijden. Beide sporten zijn prima naast elkaar te rijden.
 
De TWE bestaat uit 4 onderdelen:

1. Een presentatie in stap en galop, vergelijkbaar met een dressuurproef maar niet op letters.
    De ruiter houdt wel de gevraagde volgorde aan, maar is vrij in de choreografie, waardoor hij zijn paard het beste
    kan presenteren. Voor elke manoeuvre krijgt men punten.
2. Stijltrail: Een test met verschillende hindernissen, vergelijkbaar met een trailparcours, waarbij dapperheid,
    wendbaarheid en gehoorzaamheid getoond kunnen worden. Voor elke hindernis krijgt men punten.
3. Speedtrail: Een test over dezelfde hindernissen, maar nu op tijd. Hierdoor kan de ruiter laten zien hoe snel zijn
    paard wel niet is, en hoe slim de ruiter is, want hard rijden is niet altijd het snelste.
* Om de sfeer te verhogen, mag de ruiter bij deze drie onderdelen zijn eigen achtergrondmuziek meenemen.
  Samen met de choreografie, de kleding/optoming en de muziek kan de ruiter dus hele persoonlijke proeven laten
  zien!
4. Het laatste en zeker niet het onbelangrijkste onderdeel is het koeien drijven.
    Dit wordt solo gereden en meestal over twee manches. (Het is niet overal mogelijk om met koeien te werken,
    dan telt de wedstrijd drie onderdelen.)Elk onderdeel werkt met plaatsingspunten, die tezamen worden opgeteld.
  
In de allround klasse wint degene met de meeste punten.
De hoogste klasse doet alles eenhandig, rijdt veel wissels en pirouettes,
de lagere klassen zijn aangepast aan het niveau van de ruiter.
 
TWE in 4 niveaus:
In de B is de galop vervangen is door de draf, om een kennismaking met de sport zo makkelijk mogelijk te maken.
Bij de L komt de galop erbij en worden de hindernissen ook iets moeilijker.
In de M worden de proeven zeer technisch en wordt een hoog niveau verwacht.
In de Z wordt bovendien alles eenhandig gereden.

Er is geen promotie, je rijdt gewoon in de klasse die je kan.
En in elke klasse mag je alle onderdelen rijden, maar het hoeft niet.
Elk onderdeel kent een aparte winnaar en er is een allround ranking over alle onderdelen samen.
 
Het paard:
In principe is elk paard geschikt, er is een mooie samenwerking op te bouwen.
De WE is ook zeer educatief.
Paarden vinden de hindernissen leuk, mensen vinden het rijden met hindernissen makkelijker als enkel
“droog” door de piste sturen, er is een allround doel voor ogen.
De hindernissen zijn zeer uiteenlopend en elk type hindernis kent zijn eigen moeilijkheidsfactor.
Door veel te oefenen, wordt het paard sterk, slim, vrolijk en de combinatie groeit prachtig naar elkaar toe! Aangezien de hindernissen op het laagste niveau niet moeilijk zijn, kan elk paard de proeven aan.
 
Optoming:
Elke traditionele optoming is gebaseerd op een stevige zit bij het koeienwerk.
Ook is het zadel comfortabel, aangezien de werkruiter wel 10 uur per dag op zijn paard verblijft,
soms dagen achtereen.
Het loont zich dus je daar eens in te verdiepen. Maar je hoeft nu niet meteen een speciaal zadel te kopen!
Je kunt gewoon met je eigen zadel meerijden.
En er komt misschien een dag dat je de behoefte krijgt aan een traditioneel zadel.
Bv als je paard heel snel met de koeien meedraait en je platte dressuurzadeltje toch niet meer zo lekker zit.
Een bekend voorbeeld van een traditioneel zadel is het westernzadel.
De knop kun je vasthouden als je paard te snel gaat en je dijen blijven achter de vork hangen als
je paard ineens omdraait.
Elk Iberisch zadel heeft speciale verhogingen waarin je stevig zit.
In het Camarguezadel zit je bijna klem, zo hoog is de voor en achterkant.
De hindernissen:
Deze kunnen we indelen in vier groepen:
* Hindernissen die de dapperheid van het paard testen: Lifestock penn, sprong, brug.
  Soms zijn er ook terreinhindernissen (di Campo) zoals water, sloot en wal.
* Hindernissen die de wendbaarheid van het paard testen: Slalom en dubbele slalom, 2 en 3 tonnen.
* Hindernissen die de kalmte en rust van het paard testen: kruik, garrocha, ringsteken
* Hindernissen die de techniek van ruiter en paard testen: Slalom achterwaarts, onder een hoek achterwaarts,
  zijwaarts, poort.

Tussen de hindernissen dient stelling en buiging, evenals de correcte galop in orde te zijn.
Houding en zit dient correct te zijn, houding van het paard dient functioneel te zijn (ruggebruik),
tempo dient onder controle te zijn, etc. Ook deze onderdelen worden beloont/bestraft met punten.

Hindernissen kunnen worden beoordeelt op uitvoering en stijl.
Voor elke hindernis is er een “uitvoeringspunt” welke maximaal 6 is.
Daarnaast is er een stijlpunt, welke maximaal 4 is.
Dan worden er punten afgetrokken voor een onjuiste gang.
Met dit systeem is dus eigenlijk maar 40% “dressuurmatig” en 60 correct of niet correct.
Hierdoor is het voor de ruiter duidelijk waar hij nog aan moet werken.

Dus:
Uitvoering 6, 4, 2 of 0 punten, afhankelijk van de juiste uitvoering.
Denk hierbij bv aan scheef aanrijden, abrupte overgangen, aan paard dat niet goed luistert, etc
kortom alles wat de normale uitvoering behindert. 0 is bij niet uitgevoerd of na de 3e weigering.
Stijl: 4, 3, 2, 1 of 0 punten, afhankelijk van hoe het eruit ziet.
Denk hierbij bv aan een ruiter die scheef op het paard zit, grof is met teugels, teveel sporen gebruikt, etc
kortom alles wat de jury opvalt en ergert.
Gangen: galop -0, draf -3, stap -5 (voor de L-M-Z en draf -0, stap -3 voor de B.)
Denk hierbij bv aan in stap de garrocha uit de ton nemen, kost 5 punten, maar het mag dus wel.
Deze beoordelingsmethode is makkelijk, duidelijk, overzichtelijk en voorkomt veel zijtekst.
De jury zet gewoon kruisjes in het juiste vakje.
 
Juli 2017 heeft er voor het eerst een Nederlands team deelgenomen aan het Europees Kampioenschap Traditionele Working Equitation in Le Pin (Parijs, Frankrijk). Dit was een FITE wedstrijd.
Het team is 3e geworden van de 5 landen die hieraan deel hebben genomen. 
 
De ruiters waren: Astrid Bongers, Lotje Moerdijk, Dagmare Wouters en Romy Huijsman.
Chef d'équipe was Inga Wolframm.
 
Onze brochure downloaden, klik hier